James D. Dana bestudeerde niet alleen rotsen. Hij hielp bij het uitvinden van de discipline van de Amerikaanse geologie. Geboren in Utica, New York, in 1813, bracht hij zijn hele leven door met het omzetten van een verspreide verzameling geologische feiten in een samenhangende wetenschap. Tegen de tijd dat hij in 1895 in New Haven stierf, was het veld dat hij hielp vormgeven onherkenbaar in de chaotische tonen van het begin van de 19e eeuw.
Zijn reis begon in Yale, waar hij in 1833 afstudeerde. Kort daarna begon het echte werk. Dana sloot zich aan bij een Amerikaanse ontdekkingsexpeditie naar de Stille Zuidzee. Vier jaar lang, van 1838 tot 1842, was hij zowel geoloog als zoöloog. Dit was geen ontspannen tour. Het was rigoureus veldwerk in enkele van de meest afgelegen uithoeken van de Stille Oceaan. De gegevens die hij meebracht, werden de ruggengraat van het vroege Amerikaanse geologische onderzoek.
“De Amerikaanse geologie groeide uit van een verzameling en classificatie van niet-gerelateerde feiten tot een volwassen wetenschap.”
Dana’s publicaties in het American Journal of Science deden meer dan alleen het publiceren van bevindingen. Het stimuleerde een generatie onderzoekers. Hij spoorde zijn collega’s aan om verder te kijken dan alleen het catalogiseren. Hij wilde de werking van de planeet begrijpen. Zijn onderzoek naar de vorming van continenten en oceanen leidde hem tot een radicale conclusie voor zijn tijd: de fysieke kenmerken van de aarde waren niet statisch. Ze waren aan het evolueren. Het land onder onze voeten veranderde geleidelijk, over een lange periode van tijd.
Dit geloof in geologische evolutie was nog maar het begin. Naarmate de decennia verstreken, breidde Dana’s denken zich uit. Hij stapte over van het bestuderen van rotsen naar het bestuderen van het leven. Tegen het einde van zijn carrière had hij de evolutietheorie van Charles Darwin aanvaard. Het was geen snelle conversie. Het was een geleidelijke afstemming van geologisch bewijsmateriaal met de biologische theorie. Hij zag de aarde en haar bewoners als onderdeel van hetzelfde lange, zich ontvouwende verhaal.
Leiderschap was net zo belangrijk als wetenschap. Onder Dana’s invloed verloor de Amerikaanse geologie haar amateuristische kanten. Het werd een rigoureuze, volwassen wetenschap. Hij zorgde voor het raamwerk waardoor anderen op zijn werk konden voortbouwen. De instellingen, de tijdschriften, de methodologieën – Dana bracht het allemaal samen.
Hij stierf in 1895. De wetenschap die hij koesterde bleef groeien. Wij staan nog steeds op het fundament dat hij heeft helpen leggen. De vragen die hij stelde over de geschiedenis van de aarde blijven vandaag de dag centraal staan in de geologie. Maar de antwoorden zijn veranderd. We weten meer over platentektoniek, over diepe tijd, over de krachten die onze wereld vormgeven. Dana’s nalatenschap schuilt niet alleen in de feiten die hij ontdekte. Het zit in de manier waarop hij Amerikanen leerde na te denken over de grond waarop ze liepen. Het was nooit alleen maar vuil. Het was een record. Een levend, ademend verslag van een planeet in beweging.













