Oude walvisvangst herschrijft geschiedenis: bewijs suggereert 5000 jaar oude praktijk in Brazilië

4

Uit nieuw archeologisch bewijs aan de zuidkust van Brazilië blijkt dat de georganiseerde walvisjacht minstens 1500 jaar eerder begon dan eerder werd aangenomen. Een studie gepubliceerd op 9 januari in Nature Communications beschrijft de ontdekking van 5000 jaar oude walvisbeenharpoenen en afgeslachte overblijfselen in oude schelpenheuvels, waarmee de lang gekoesterde veronderstelling wordt betwist dat de walvisjacht zijn oorsprong vond in het Noordpoolgebied en de Noordelijke Stille Oceaan. Deze bevinding verandert niet alleen de tijdlijn van de walvisjacht, maar suggereert ook dat bultruggen historisch gezien gebieden bewoonden die ze al lang geleden hadden verlaten.

Bestaande theorieën uitdagen

Tot nu toe was de consensus dat de systematische walvisjacht tussen 3.500 en 2.500 jaar geleden in het ijskoude noorden ontstond, gedreven door voedselschaarste. Zuid-Amerikaanse walvisbeenderen werden over het algemeen afgedaan als de overblijfselen van weggevangen karkassen. De nieuw opgegraven artefacten – waaronder gespecialiseerde harpoenkoppen gemaakt van walvisbeenderen, afgeslachte skeletfragmenten en ander gereedschap van walvisbeenderen – demonstreren echter overtuigend de opzettelijke, grootschalige jacht.

De Sambaquis: een onverwacht archief

Het bewijsmateriaal komt van sambaquis, enorme granaathopen langs de Braziliaanse kust. Een amateurarcheoloog begon halverwege de 20e eeuw met het verzamelen van meer dan 10.000 voorwerpen uit het Babitonga Bay-gebied om ze te beschermen tegen stedelijke ontwikkeling. Deze heuvels, waarvan sommige wel 30 meter hoog waren, dienden zowel als stortplaatsen als begraafplaatsen, waarbij de doden vaak werden begraven naast handgemaakte voorwerpen van baleinen. Bij een heronderzoek van deze vergeten verzameling werd een opvallende overvloed aan walvisbeenderen onthuld, die veel groter was dan wat aan het toeval kon worden toegeschreven.

Bewijs in de botten

“Er ligt een absurde hoeveelheid walvisbotten in deze heuvels”, legt archeoloog Andre Colonese van de Universitat Autònoma de Barcelona uit. De ontdekking van identieke, puntige botstokken bevestigde hun gebruik als harpoenkoppen. Latere laboratoriumanalyses dateerden de artefacten op 5000 jaar oud. Eiwitanalyse van honderden walvisbeenfragmenten identificeerde zuidkapers als het primaire doelwit, maar onthulde ook bewijs van bultruggen en dolfijnen. De aanwezigheid van bultruggen is bijzonder belangrijk, omdat ze al eeuwenlang afwezig zijn in deze regio.

Ecologische implicaties

De bevindingen bieden een uniek kijkje in de prekoloniale ecologie van Brazilië. Bultruggen werden waarschijnlijk verdreven door de intensieve walvisjacht in de 17e en 18e eeuw, en hun recente, voorzichtige terugkeer zou eerder een herkolonisatie van de historische habitat kunnen betekenen dan een simpele bevolkingsverschuiving. Dit onderscheid is cruciaal voor het behoud. Wetende dat bultruggen zich historisch gezien zo ver zuidelijk als Babitonga Bay bevonden, ondersteunt het idee dat hun huidige heropkomst eerder een natuurlijk herstel dan een anomalie is.

Een mondiaal patroon

Hoewel soortgelijke eiwitstudies zijn uitgevoerd in Europa en Noord-Amerika, betekent dit onderzoek een doorbraak voor het zuidelijk halfrond. Dierentuinarcheoloog Youri van der Hurk merkt op dat de exploitatie van walvissen in de buurt van nederzettingen wijdverbreid was als dat mogelijk was. Zuidkapers, die met hun kalveren aan de kust blijven hangen en blijven drijven als ze dood zijn, zouden bijzonder kwetsbaar zijn geweest.

Waarom het ertoe doet

De studie betwist de veronderstelling dat vroege mensen in omgevingen die rijk zijn aan hulpbronnen, zoals Brazilië, zich niet zouden bezighouden met de walvisvangst. Eén enkele walvis leverde maandenlang voedsel, olie, botten voor gereedschap en andere waardevolle materialen op, wat het risico de moeite waard maakte. Het onderzoeksteam is van plan andere gebieden langs de Braziliaanse kust te onderzoeken, in afwachting van soortgelijk bewijsmateriaal in heel Amerika. Door de pre-koloniale verspreiding van walvissoorten te catalogiseren, willen ze concrete gegevens verschaffen voor natuurbehoudsinspanningen. Zoals Colonese stelt, is het doel om beleidsmakers te informeren: “Kijk, dit zijn de soorten die hier waren.”

Deze ontdekking onderstreept dat de menselijke invloed op mariene ecosystemen veel ouder en wijdverspreider is dan eerder werd aangenomen. Door de geschiedenis van de walvisjacht te herschrijven versterken wetenschappers ook de argumenten voor het herstel van historische gebieden in moderne natuurbehoudsstrategieën.